Over HGMK

Over HGMK

Het Historisch Genootschap Midden-Kennemerland houdt zich bezig met de lokale geschiedenis van Beverwijk, Heemskerk en Velsen. Het genootschap zet zich in om de geschiedenis van Midden-Kennemerland onder de aandacht te brengen en levend te houden. Dat doen we onder andere door:

 

 

-  lezingen en excursies
-  wekelijkse inloop op woensdag en donderdag in het Huis van Geschiedenis MIdden-Kennemerland, Noorderwijkweg 2a in Beverwijk
-  uitgeven van historische publicaties, waaronder het jaarlijkse ledenbulletin  met daarin artikelen over de regionale geschiedenis en drie keer per jaar een nieuwsbrief
-  het verzamelen van beeld- en kaartmateriaal
-  financiëel ondersteunen van Museum Kennemerland

 

Het genootschap bestaat sinds 1930 en telt ongeveer 840 leden, waaronder vier ereleden en twee leden van verdienste.

 

Binnen het genootschap is een aantal werkgroepen actief, waaraan de leden kunnen deelnemen:

•          Monumenten

•          Paleografie

•          Fotografie

•          Redactie
Lees hier meer over de werkgroepen.

De Statuten van het HGMK vindt u hier.

Ons Privacybeleid vindt u hier.

Hoe het begon

stichtinKO

Op donderdag 2 oktober 1930 verzamelt zich in het toenmalige Hotel Ter Burg op het Stationsplein een gezelschap notabele heren. Het is de ‘Commissie van Loenen’, die tot taak heeft een passend huldeblijk tot stand te brengen voor de gemeentesecretaris van Beverwijk, de heer J.W.A.C. van Loenen, die zijn 40 jarig ambtsjubileum viert. De commissie is al enige maanden aan het werk en er kan op die avond in oktober dan ook een concreet agendapunt aan de orde worden gesteld, namelijk: ‘oprichting Vereeniging Historisch Genootschap Midden Kennemerland’. Het besluit wordt aangenomen en het HGMK is een feit. De commissie Loenen besluit tevens de Kennemer Oudheidkamer te stichten als huldeblijk aan de gemeentesecretaris. Deze oudheidkamer gaat tegenwoordig door het leven als ‘Museum Kennemerland’.

 

Gemeentesecretaris Van Loenen is – zoals verwacht – buitengewoon verguld met het huldeblijk. In zijn dankbrief aan de gemeenteraad schrijft hij lyrisch: “Ongetwijfeld zal dan, het nu geplante rijsken, zij het na vele jaren opwassen tot een boom, welke tot in de lengte van tijd zal getuigen van Uw burgerzin en van Uwe waardering tevens voor de geschiedenis van onze woonplaats en de streek waarin zij is gelegen. Wellicht worden dan ook velen, door den geboden blik in het grijs verleden van onze oude stede, welke reeds voor eeuwen in het genot werd gesteld van verschillende rechten en privilegiën en getrokken door de moeilijkheden welke zij in vorige eeuwen heeft moeten doorworstelen, opgewekt en aangespoord, om zich niet te zeer te verwarren in het spinrag van het alledaagsche gedoe – immers adeldom legt ook nu nog verplichtingen op – maar met kracht en hoogen moed te slaan de hand aan den ploeg en eendrachtig te streven naar een zich welbewust: ‘Beverwijk vooruit!’”. De rest is geschiedenis…